5. Gezondheidsbevorderaar
De verpleegkundige in de rol als gezondheidsbevorderaar gebruikt de verschillende vormen van preventie om (de last van) ziekte te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Daartoe denkt de verpleegkundige in termen van gedrag, leefstijl, gezondheid en preventie. De verpleegkundige richt zich hierbij op de zorgvrager, de omgeving van de zorgvrager en op andere zorgprofessionals. De verpleegkundige signaleert structurele gezondheidsproblemen binnen de eigen werkcontext waarvoor nog geen passend zorgaanbod is, en bevordert de oplossing daarvan.
Dit beroepsprofiel omvat de volgende competentie:
Competentie 10. De verpleegkundige bevordert de gezondheid van de zorgvrager of groepen zorgvragers door het organiseren en toepassen van passende vormen van preventie die zich ook richten op het bevorderen van het zelfmanagement en het gebruik van het eigen netwerk van de zorgvrager.
Leerwerkperiode 3
Leerdoel: Halverwege mijn stage ben ik in staat om bij een specifieke cliënt te signaleren waar behoefte aan is, in de vorm van psychoeducatie. Ik ben in staat psychoeducatie te geven over leefstijl, therapietrouw of psychofarmaca, ter vergroting van de kennis van de cliënt en het stimuleren van het zelfmanagement.
1. Onder andere middels mijn praktijkleeropdracht 'passend zorgaanbod' heb ik kunnen laten zien dat ik psycho-educatie kan inzetten over medicatie, leefstijl of gezondheidsproblemen en bijbehorende hulpmiddelen. Ik heb in deze opdracht uitgewerkt hoe ik samen met de cliënt zijn behoefte aan informatie vaststel en dit stapsgewijs samen doorloop. Vooraf aan deze contactmomenten heb ik mij voorbereid door zelf informatie op te zoeken of informatie af te stemmen met collega/ specialist. Ik pas mijn manier van communiceren aan aan mijn gesprekspartner en zorg dat ik aansluit bij de belevingswereld van de cliënt. Bij het geven van deze psycho-educatie respecteer ik de autonomie van de cliënt en probeer hierbij te ondersteunen. Ik neem geen verantwoordelijkheden weg, maar probeer middels het vergoten en delen van kennis de zelfredzaamheid van cliënt te vergroten.
2. Ik heb dat er in een ambulante setting op veel verschillende fronten laagdrempelig psychoeducatie gegeven kan worden. De client leeft zelfstandig, waardoor zij een legio aan eigen beslissingen kunnen maken. Dit gaat vaak goed, maar kan er ook voor zorgen dat een client ongezond leeft of bijvoorbeeld medicatie niet op de voorgeschreven manier inneemt. In een kliniek is hier veelal zich op, waar je hier in een ambulante setting minder zicht op hebt. Door het gesprek aan te gaan met client, door te vragen en een kritische blik mee te nemen in de zorgverlening kan je een client openstellen voor het aangaan van gesprekken rondom bijvoorbeeld psychoeducatie. Dit is lang niet altijd gewenste informatie, waardoor het de kunst is om dit laagdrempelig af te stemmen op de gesprekspartner.
3. Bij de uitvoering van de opdracht werd ik al vroeg in het jaar geintroduceerd in de casus. Ik was hierdoor in het begin nog wat afwachtend over het geven van psychoeducatie, aangezien ik mij nog moest vinden in mijn rol van 'de verpleegkundige met alle kennis'. Door mij goed voor te bereiden, mijn gesprekken achteraf te evaluateren met collega of werkbegeleider en door toch in casus te springen, voelde ik mij hier al snel zelfverzekerder in.
4. Blijven oefenen en blijven toepassen.
Eind niveau: complexiteit 3, Z3
Leerwerkperiode 1
Leerdoel: Ik ben op de hoogte van de preventieve maatregelen die kunnen worden genomen in het kader van mondzorg en mondhygiëne en ben in staat cliënten hierover voorlichting te geven, aan de hand van EBP-informatie.
1. Ik ga preventief te werk door klinisch te redeneren en risicofactoren te signaleren, dit pas ik dagelijks toe in mijn werk. Ik heb het vak klinisch redeneren op school voldoende afgerond en ben in staat om zelfstandig klinisch te redeneren. Ik signaleer informatiebehoefte bij cliënten en speel hierop in. Ik ondersteun hen door het geven van voorlichting aan cliënten waar nodig, indien ik hier niet toe in staat ben, dan verwijs ik cliënten door naar de juiste discipline die dit wel kan. Ik bespreek mijn bevindingen en interventies met collega's.
2. Ik heb geleerd om bij verschillende cliënten zelfmanagement te stimuleren, op een manier die bij de specifieke cliënt past. Bij het langdurig begeleiden van bepaalde cliënten heb ik geleerd om in te spelen op de informatiebehoeve van specifieke cliënt en deze informatie, op een voor hen gangbare manier, over te kunnen dragen. Door me te verdiepen in de ziektebeelden kan ik risicofactoren signaleren en hierop anticiperen.
3. Minder goed: Ik kan meer gestructureerd aan het werk als het gaat om het behoud en het stimuleren van zelfmanagement. Bij de cliënten op mijn afdeling is een eenmalig gesprek niet genoeg, hier moeten dan plannen, schema's of afspraken over worden gemaakt. Die verantwoordelijkheid kan ik meer gaan nemen, zodat ik overkoepelend aan het werk ben.
4. Meer stappen zetten en hier hulp bij vragen wanneer nodig. Uit mijn comfortzone stappen.
Leerwerkperiode 2
Leerdoel: Aan het einde van deze leerwerkperiode ben ik in staat de-escalerend te werken door het toepassen van gesprekstechnieken, als vorm van preventie.
1. In een van mijn opdrachten heb ik de theorie van de eerste-vijf minuten methode gebruikt. Deze methode gaat over het actief aangaan van contact met cliënten, het voorbespreken van de dienst waarbij je gebruik maakt van het signaleringsplan en het crisisontwikkelingsmodel. In gesprek ben je dan al aan het inschatten in welke fase iemand zit, gedurende de dienst maakt je actief contact met cliënt, zodat je deze fase kan blijven inschatten en bij dit contact is het dan de bedoeling om gesprekstechnieken in te zetten.
Ik heb tijdens deze stage kennis gemaakt met de invloed en het effect van het hebben van een-op-een gesprekken met cliënten. In mijn vorige stage werd dat bijvoorbeeld nauwelijks gedaan, maar op de LIZ is dat een groot onderdeel van de zorgverlening. Tijdens deze gesprekken kan het voorkomen dat de spanning oploopt bij cliënt, omdat het over een vervelend onderwerp gaat, of omdat er een nieuw beleid wordt besproken. Ik heb veel kunnen oefenen met het inzetten van verschillende gesprekstechnieken, het inzetten van interventies en het opbouwen van vertrouwensrelaties.
2. Ik heb geleerd om mijn eigen manier van communiceren te ontwikkelen, en hierin de-escalerend te werk te gaan. In het afgelopen jaar heb ik veel kunnen oefenen met het juist afstemmen aan je gesprekspartner, het sturen van een gesprek en het laten zakken van de frustratie bij cliënten. Hierbij heb ik geleerd dat niet elke spanning ongewenste spanning is, dat het heel gezond is dat er boos gereageerd kan worden, dat 'luisteren' ook een gesprekstechniek is en dat soms enkel nabijheid tonen genoeg kan zijn.
3. Zoals bij een vorige beroepsrol al omschreven staat is het aangeven van mijn grenzen soms nog een uitdaging, ook tijdens gesprekken kan ik hierin nog meer behalen. Het tijdig afkappen van een gesprek bijvoorbeeld, of het aangeven van grenzen wanneer iemand buiten proportie reageert.
4. In mijn volgende stage zal preventief werken meer aan bod komen in de vorm van signaleren en observeren van gedrag, het hierbij betrekken van de signaleringsplannen etc. Ik kijk ernaar uit om hiermee aan de slag te gaan en hierin verdere stappen te zetten.
Eind niveau: complexiteit 3, Z3