2. Communicator

De rol van verpleegkundige als communicator is gericht op effectieve informatie-uitwisseling. De verpleegkundige kan de informatiebehoefte van de zorgvrager en diens netwerk inschatten en vaststellen. De verpleegkundige houdt in de communicatie rekening met persoonlijke factoren van de zorgvrager en diens naasten.

Deze beroepsrol bestaat omvat volgende competentie:

Competentie 4. De verpleegkundige communiceert op persoonsgerichte en professionele wijze met de zorgvrager en diens informele netwerk, waarbij voor optimale informatie-uitwisseling wordt gezorgd.


Leerwerkperiode 3

Leerdoel:  Halverwege mijn stage heb ik een eigen caseload van ongeveer 10 cliënten, waarbij ik contact met cliënten en diens (formele)netwerk aanga en onderhoud.

1. Onder andere via mijn praktijkleeropdracht 'netwerk begeleiden' heb ik laten zien dat ik op basis van theorie, het netwerk van een cliënt kan betrekken en ondersteunen rondom de zorg en beslisvoering van cliënt. Ik ben proactief in het aangaan van contact met de cliënt en diens netwerk. Hierbij zorg ik voor openheid rondom de informatie-uitwisseling en licht ik beide kanten in over de besproken onderwerpen. Tijdens deze gesprekken bied ik ondersteuning aan het netwerk door aandacht te besteden aan hun ervaringen betreffende de psychische gesteldheid van cliënt. Ik geef hen de ruimte om zorgen te uitten en ben open in het delen van de gedachtegang achter huidig beleid of beslisvoering rondom cliënt. Hierbij stem ik mijn gespreksvoering af op mijn gesprekspartner en houd ik rekening met persoonlijke factoren. Gedurende mijn leerwerkperiode heb ik een caseload opgebouwd van zo'n 15 clienten waarbij ik primair behandelaar ben en ongeveer 10 clienten waarvan ik secundair behandelaar ben.

2. Ik heb geleerd welke de rol de verpleegkundige heeft binnen de amubulante GGZ, welke taken en verantwoordelijkheden hierbij komen kijken en hoe een multidisciplinaire behandeling wordt vormgegeven. De eerste periode bestond voornamelijk uit het structureren van al deze taken en het vormen van een kader waarbinnen ik te werk zou gaan. De rol die je in een ambulante setting op je neemt is heel anders dan die van een verpleegkundige op een afdeling. De clienten hebben meer vrijheid, mogelijkheden, autonomie en maken veel eigen keuzes, waar dit in een kliniek voor een groot deel voor de client wordt bepaald. Ik heb geleerd om samen te werken met de client en om mijzelf hierbij naast hen te plaatsen, om  zo de vertrouwensrelatie op te bouwen en samen aan de slag te kunnen.

3. In het begin vond ik het erg lastig om te kaderen wat mijn taken precies zijn en waar er naartoe wordt gewerkt. Ik was toen contact aan het opbouwen met clienten, maar zonder duidelijke richtlijn waar ik met de client naartoe kon bewegen. Dit heb ik op den duur meer uit kunnen zoeken, waardoor ik ook samen met verschillende clienten iets heb op kunnen bouwen en heb kunnen bereiken.

4. Behandelplannen en hulpvraag meer laten terugkomen in mijn handelen.

Eind niveau: complexiteit 3, Z3


Leerwerkperiode1


Leerdoel: Halverwege mijn stage heb ik een vertrouwensrelatie opgebouwd met cliënt, waarbij ik de medische achtergrondinformatie ken, de contactpersonen van bepaalde cliënt op de hoogte kan houden van de voortgang/ gang van zaken en eventuele nieuwe afspraken uit kan leggen

4. Ik schrijf rapportages op professionele wijze en draag dit duidelijk en bondig over tijdens de overdracht, hierbij scheid ik belangrijke onderwerpen van bijzaken. Ik noteer belangrijke gegevens, informatie of afspraken op de daarvoor bestemde plek zodat ik mijn werk en bevindingen juiste registreer en dit duidelijk is voor collega's. Ik ben in staat de overdracht te leiden en hierbij een zorgvuldige en volledige overdracht te geven. In het contact met de cliënt pas ik mijn manier van communiceren aan aan het niveau en de belevingswereld van de cliënt, ik sluit hierbij aan in de omgang met cliënt. Ik pas de op school geleerde gespreksvaardigheden toe wanneer de situatie dit toelaat, deze stem ik af op het huidige beeld van de cliënt.

Tijdens mijn stage ben ik dagelijks de begeleider geweest van meerdere cliënten, waarvan verschillende cliënten mijn gehele stageperiode op de afdeling zijn verbleven. Ik heb geleerd vertrouwensrelaties op te bouwen door mij open op te stellen en tijd en moeite in het contact met de cliënten te stoppen. Ik heb mij beziggehouden met de persoonlijke ontwikkeling van cliënten en hoe hun groei werd bijgehouden door de verpleging wat betreft aanpassen van plannen, (ideeën over) vrijheden en meer de ruimte geven voor afspraken met de cliënt.

Ik ben nog geen persoonlijk begeleider (pb'er) geweest van cliënt waardoor ik nog niet heel veel in contact ben geweest met familie/ contactpersonen van de cliënt. Dit is iets wat ik in mijn volgende stage wel wil gaan oppakken.

Leerpunt: In mijn begeleiding kan ik soms de cliënt te veel laten bepalen, waardoor ik in de knel kom met mijn eigen werkzaamheden. Een leerpunt hierin is het duidelijk afspraken maken met cliënten en vaker 'nee' zeggen of hulp van anderen vragen.


Leerwerkperiode 2


Leerdoel: Aan het eind van mijn leerwerkperiode ben ik pb'er van een cliënt, waarbij ik de bijkomende processen op een georganiseerde en professionele wijze kan uitvoeren. 


1. Ik ben tijdens mijn periode op de LIZ schaduw-pb'er geweest van een van mijn cliënten. Een van mijn prakijkleeropdrachten is gebaseerd op deze cliënt en op de taken die daarbij komen kijken. Ik heb mijn werkbegeleider betrokken in het kaderen van de zorg rondom pb-client. Samen met haar heb ik gewerkt aan het signaleringsplan en het bejegeningsplan van cliënt. Aangezien de specifieke casus erg lastig was, heb ik in contact met cliënt weinig kunnen winnen. Wel heb ik mijn communicatieve vaardigheden met andere cliënten kunnen oefenen en specificeren. Ik ben veel 1op1 in gesprek gegaan met cliënten, waarbij ik motiverend, luisterend of de-escalerend heb gewerkt. 

2.  Inhoudelijk over het pb'schap heb ik geleerd hoe belangrijk het opstellen van duidelijk beleid is, en welke taken daaronder vallen binnen het pb'schap. Ik heb kennis kunnen maken met het schrijven van een bejegeningsplan, het aanpassen van een signaleringsplan en het hierbij raadplegen van verschillende disciplines (vpk, sph, orthopedagoog, psychiater).

Omtrent de communicatie: ik heb mijn eigen vorm van begeleiden het afgelopen jaar meer kunnen ontwikkelen. Ik heb de kans gekregen om met cliënten een vertrouwensrelatie aan te gaan en hierbij mijn vorm van communiceren op hen af te stemmen, maar tegelijkertijd ook bij mijzelf te houden. Hierin heb ik gedurende het jaar bij mijzelf een groei gezien, waarbij ik mij comfortabeler ben gaan voelen in mijn manier van communiceren en samenwerken met cliënten. Ik heb geleerd om mijzelf naast een cliënt te plaatsen, te luisteren en cliënt zich gehoord te laten voelen. Tegelijkertijd kan ik mijn grenzen aangeven en een gesprek sturen wanneer nodig. Ik heb kunnen oefenen met het uitvoeren van verschillende gespreksvormen en het kunnen inschatten van juiste vaardigheid tijdens gesprekken.

3. Ik heb mij weinig kunnen richten op het aangaan van een pb-relatie met cliënten, aangezien deze relatie niet echt mogelijk was met mijn huidige pb-client. Wel heb ik mij op de schriftelijke kant kunnen richten omtrent 

4. Mijn volgende stage zal bij het FACT-team zijn, hier zal ik meer kunnen oefenen met het organiseren van de zorg rondom mijn pb-clienten.

Eind niveau: complexiteit 3, Z3

Studentnummer: 500685857
Contact: nadine.eberson@hva.nl
Mogelijk gemaakt door Webnode
Maak een gratis website. Deze website werd gemaakt met Webnode. Maak jouw eigen website vandaag nog gratis! Begin